Woonplaats:
Oudega (GS)
 
Hoe lang ben ja al actief in de politiek?
Vanaf jongs ben ik al politiek betrokken van huis uit geweest. Besturen en meedenken in allerlei vereniging en clubs heb ik altijd graag gedaan. In 2002 ben ik lid geworden van het CDA. In 2006 ben ik geïnstalleerd als raadslid in Gaasterlân-Sleat en vanaf 2010 ben ik wethouder
 
Wat zijn jouw drijfveren, waarom ben je actief geworden?
Mijn belangrijkste drijfveer is gelegen in het beeld dat ik heb van onze maatschappij. Ik vind het belangrijk iedereen volop mee moet kunnen doen aan onze maatschappij, waarbij je afhankelijk van je talenten ook je verantwoordelijkheden moet durven nemen. Daarbij gaat het niet alleen om het nu, maar ook om het nalaten, hoe willen wij onze maatschappij nalaten aan hen die na ons komen
 
Wat is jouw portefeuille?
Welzijn, sociale zaken, onderwijs, sport, kunst en cultuur, economische zaken en werkgelegenheid
 
Wat heb je al bereikt?
Alleen kan je niks bereiken, dat kan je alleen met fractie, raad en college. Samen met fractie en raad hebben we een nieuw kunst en cultuurbeleid neergezet, waarbij alle schoolkinderen en muziekverenigingen bij betrokken zijn. Daarnaast hebben we de vakleerkracht gymnastiek geïntroduceerd. Ook het jongeren werk is nu gericht op de vraag vanuit de jongeren in plaats van dat anderen gaan bedenken wat goed is voor jongeren. Maar er zijn ook heel concrete zaken als het realiseren van het MFC te Oudemirdum, het dorpshuis in Sondel
 
Wat zou je nog willen bereiken de komende tijd?
Heel veel, maar het belangrijkste is een nieuwe gemeente waarbij inwoners zich inwoner voelen van "de Friese Meren" en zich in willen zetten om met elkaar een sterke nieuwe gemeente te bouwen. Dat we nieuwe verbanden kunnen leggen tussen sport, kunst en cultuur en WMO, waarbij de afhankelijkheid van de lokale overheid zo klein mogelijk wordt.
 
Wat is jouw slogan of motto?
Een echt motto of slogan heb ik niet. Een uitspraak uit het boek: De 7 eigenschappen van effectief leiderschap, spreekt mij wel zeer aan.

Wij zien de wereld niet zoals hij is, maar zoals wij hem zien. Daaruit spreekt dat je niet vanuit je eigen gelijk moet redeneren, maar de redenatie van de ander probeert te begrijpen waardoor je eigen onderbouwing alleen maar gesterkt wordt